Bij een netwerkborrel staan mensen meestal in hermetische clubjes bij elkaar. Mensen die elkaar kennen, uitbundig lachen, en mensen die elkaar niet kennen maar echt hun best doen. Ik kijk rond. Wie is interessant? Wie heeft invloed?
Ik zie iemand alleen staan. Loop erop af.
‘Wat doe jij?’
‘Ik ben kwartiermaker.’
Ah.
‘En jij?’
‘Ik schrijf strategische teksten.’
Razendsnel valt het besluit of dit gesprek kans van slagen heeft.
Alleen daarom al is het jaarlijkse Cultuurdiner Overijssel een verademing. Daar hoef je niemand te kiezen want dat heeft een kundige spindokter al voor je gedaan. Politiek, artistiek, kader en bedrijfsleven worden twee uur lang bij elkaar aan tafel gezet. Bij de ontvangstbalie loop ik samen op met een wethouder die ik nog nooit heb ontmoet en ik vertel hem dat ik het prettig vind dat je hier niet zelf hoeft te bedenken met wie je moet praten. Dan blijkt dat we aan dezelfde tafel zitten.
Later die avond wordt acteur Laus Steenbeeke op het podium van Theater de Spiegel in Zwolle gelauwerd als Cultuurprijswinnaar Overijssel 2026.
Hij begint zijn dankwoord met de grap dat hij zeker niet zo kort zal speechen als het prijswinnende jonge talent van de avond, de uitgelaten singer-songwriter Micha. Daarna vertelt Laus waarom hij zo blij is met de prijs.
‘Je voelt je gezien.’
Maar eerst aan tafel met de subsidiegever, de componist, de wethouder en de directeur. De maag van de directeur protesteert nog steeds sinds de triatlon van gister en dus pakt hij eerst een broodje. We hebben het over goede horeca en goed personeel in een theater en via publieksbeleving belanden we bij de verbouwplannen voor de schouwburg in zijn stad. Zijn laptop, met de geheime plannen, krijgt een eigen stoel aan tafel. Alleen het politieke hart van de stad moet nu nog mee.
De subsidiegever vertelt dat ze onlangs haar eerste zeventig aanvragen heeft verwerkt. Inmiddels weet ze hoeveel werk zo’n aanvraag voor de aanvragers is. Dan komt de componist aan het woord. Ze componeert voor carillons, onder meer voor de Dom in Utrecht, en maakte een muziekproject met molens en speelt harp. Daar hebben we niet van terug. We vinden het groots.
De wethouder werpt ondertussen de vraag op die actueel is in zijn gemeente: voor wie is de kunstprijs van de stad eigenlijk bedoeld? Hoe streng moet je zijn op artistieke kwaliteit.
‘Mag het corso meedoen?’
‘Waarom niet?’
‘Maar is dat kunst?’
We kauwen erop, letterlijk en figuurlijk. Een prijs waarvoor iedereen iemand kan nomineren, misschien. Daarnaast een gecureerde jongerenprijs. En misschien ook nog een prijs voor een bijzondere artistieke prestatie.
Op een netwerkborrel met bitterballen was ik vast al drie gesprekken verderop en verdwaald. Hier zitten we allemaal nog aan tafel. Op een gegeven moment zwaai ik mijn armen achterwaarts alsof ik de rugslag doe. Waarom eigenlijk? Ik kom los, geloof ik. Twee van de vier blijken ineens mijn directe buren, weliswaar tijdens een eerder of later tijdvak in ons leven, maar toch: dezelfde wijk, in Hellendoorn, in Rotterdam.
Ik vraag de componist of ze werkt met AI. Nee. Daar houdt ze zich graag ver van. We hebben het over de landelijke polemiek versus de lokale politiek. ‘Gelukkig verbinden lokale belangen mensen snel,’ mijmert de wethouder.
Niemand vraagt me wat ik voor hen kan betekenen. Wel of ik een goede tekstschrijver ben. ‘Dat ben ik,’ zeg ik.
beeld@alinedejong