The post Beschermd: PowerPoints cursus surrealisme appeared first on Artetcetera.
]]>Deze inhoud is beschermd met een wachtwoord. Voer hieronder je wachtwoord in om het te bekijken.
The post Beschermd: PowerPoints cursus surrealisme appeared first on Artetcetera.
]]>The post Lezing online Künstlergruppe Brücke en het “primitivisme” appeared first on Artetcetera.
]]>In 1905 werd in Dresden door Ernst Ludwig Kirchner, Karl Schmidt-Rottluff, Frits Bleyl en Erich Heckel de Künstlergruppe Brücke opgericht. Later sloten Max Pechstein en Otto Mueller zich bij de groep aan. Ook Emil Nolde en Kees van Dongen waren lid, al was het dat maar kortstondig. Als iets de artistieke ambitie van deze hemelbestormers typeert dan is dat het een onvervalst zoeken naar artistieke vrijheid: een beeldtaal die totaal los gezongen is van alle academische regels. Zij wilden onbevangen, spontaan en vooral ongekunsteld schilderen en tekenen. “Iedereen hoort bij ons die die rechtstreeks en onvervalst datgene weergeeft wat hem tot scheppen aanzet”, schreef Kirchner in het bondige manifest van de groep. Inspiratie vonden zijn in het werk van Edvard Munch en – vooral – in de schilderijen van Vincent van Gogh, maar ook laat-middeleeuwse Duitse schilderkunst van Lucs Cranach en Hans Sebald Beham. In het gezamenlijke atelier in de Berliner Strasse in Dresden werd vooral naar naakt getekend, waarvoor de vriendinnen van de kunstenaars model stonden. Zo onconventioneel als hun beeldende taal was, zo non-conformistisch was ook hun manier leven. Leven en werk liepen dwars door elkaar. Net als bij Van Gogh of Gauguin speelt ook bij Die Brücke een utopische verlangen mee naar vrijheid en een onbezoedelde wereld, weg van de industrialisering en de burgerlijke maatschappij. Deze wereld vonden Kirchner en zijn schildersvrienden in de natuur nabij de visvijvers van Moritzburg, niet ver van Dresden en later in aan de Noord-Duitse kunst in Dangast, Fehmarn of aan Kurische Nehrung. Er kon daar onbekommerd geschilderd en naakt zwemmen viel daar niet iedereen op.. “Primitivisme” In hun zoektocht naar een nieuwe, eigen beeldtaal vonden omstreeks 1905 de Brücke-kunstenaars – net als de fauves (in Frankrijk, waaronder Henri Matisse, André Derain, Maurice de Vlaminck – inspiratie in de Afrikaanse objecten uit de verzamelingen van de etnografische musea. In Dresden was de kunst uit de Duitse koloniën in Afrika en Oceanië goed vertegenwoordigd. De bronnen van inspiratie zijn vooral heel duidelijk herkenbaar in de de houtsneden van Kirchner, Schmidt-Rottluff en Heckel. Rauw en haast rudimentair zijn de voorstellingen in het hout uitgesneden. De expressieve kracht van deze houtsneden raakt de beschouwer direct als een vuistslag. Deze “primitieve” houtsneden zijn de niet het meest verleidelijke deel van de Brücke-mannen, maar wel kunst door zijn ongebreidelde expressieve kracht een mens raakt. De lezing wordt gegeven via YouTube Live. U kunt de lezing volgen op een computer, laptop, tablet of een smartphone. In loggen is buitengewoon simple. Een paar dagevn voor de lezing krijgt u een link toegestuurd. Het enige wat u hoeft te doen is te klikken op deze link. Datum: donderdag 28 januari Tijd: 19:30 – 21:30 uur Kosten: € 7,00 Opgeven: klik op onderstaande rode knop Deelnemers aan de cursus Voorbij de horizon, die zich reeds voor deze lezing hebben opgegeven, hoeven dat niet nogmaals te doen.Aanmelden online lezing Brücke en het “Primitivisme” |

The post Lezing online Künstlergruppe Brücke en het “primitivisme” appeared first on Artetcetera.
]]>The post In focus I – Apocalyps now? ‘De Vier Ruiters van de Apocalyps’ door Albrecht Dürer (1498) appeared first on Artetcetera.
]]>
Voorspellingen over het einde der tijden duiken met enige regelmaat op in de geschiedenis van het westerse denken. Ook nu – in deze vreemde periode waarin een dodelijk virus rondwaart dat overal ter wereld slachtoffers maakt – zijn er mensen die menen dat het een voorbode is van de ondergang. Of men daar nu wel of geen geloof aan hecht, het fenomeen is niet nieuw. Angst voor de toekomst gedijt als de maatschappij op zijn kop staat en er onzekerheid heerst. Dat was ook het geval aan het eind van de 15de eeuw toen er allerlei onheilsprofeten opdoken die de komst van de Antichrist voorspelden. De westerse wereld werd bedreigd door de oprukkende Turken en de christenen vreesden door de heidenen onder de voet gelopen te worden.
De Openbaring van Johannes (in het Latijn Apocalyps) heeft veel kunstenaars geïnspireerd. Een van hen was de Duitse kunstenaar Albrecht Dürer, die er in 1498 een monumentale prentenreeks aan wijdde. Dürer was op dat moment al een bekende graveur en hij had een goede neus voor zaken doen. De Apocalyps was zijn eerste grote project. Hij hield alles zelf in de hand: de vervaardiging, het drukken en de uitgave van zijn prenten. Hij was ook een van de eerste kunstenaars die hun werk signeerden. Zijn monogram AD fungeerde als keurmerk. Dürer leefde in een tijd waarin angst en onzekerheid heerste en het onderwerp van zijn reeks speelde daarop in.
In vijftien paginagrote houtsneden schiep hij een beeldverhaal dat zo realistisch is weergegeven dat zijn tijdgenoten ervan versteld stonden. De afgebeelde figuren waren voor iedereen herkenbaar. Het waren mensen van vlees en bloed, gekleed in eigentijdse kostuums, die uiting gaven aan heftige emoties. De wervelende compositie en de virtuoze techniek van de voorstellingen misten hun uitwerking niet. Het was één machtig spektakel waarin het bovennatuurlijke realiteit leek te zijn geworden. Nooit eerder had een kunstenaar de dramatiek van het verhaal zo invoelbaar weten te maken.

Dat is goed te zien in de vierde en tevens beroemdste prent van de reeks: de Vier Ruiters van de Apocalyps. De Vier Ruiters galopperen woest door het luchtruim en maaien iedereen weg die in hun buurt komt. Ontzet strekken de mensen hun armen uit in een poging om het naderende gevaar af te weren. Maar het is te laat: hun laatste uur heeft geslagen. Zij worden vertrapt onder de hoeven van de paarden, terwijl hun berijders hel en verdoemenis verspreiden. Niemand wordt ontzien: mannen, vrouwen, burgers, boeren, koningen en geestelijken treft hetzelfde lot. Zij worden opgeslokt door het monster linksonder, dat met zijn geopende muil de hel symboliseert. De Vier Ruiters hebben elk een andere functie. De bovenste ruiter met pijl en boog is de verspreider van de pest, de ruiter met het zwaard brengt oorlog, de jongeman met de weegschaal luidt de noodtoestand in en het skelet staat uiteraard voor de dood. Voor wie een parallel met onze tijd wil trekken zijn met name de ruiter met pijl en boog en de jongeman met de weegschaal veelzeggend: de eerste als de verspreider van het Coronavirus en de laatste als brenger van economische malaise.
De Apocalyps van Dürer was een groot succes. Zijn prenten werden overal verspreid en generaties lang door andere kunstenaars gekopieerd. De prent van de Vier Ruiters van de Apocalyps is in het collectieve geheugen gegrift, tot op de dag van vandaag. “Dürer heeft zich van de Apocalyps meester gemaakt zoals Dante van de hel”, schreef Emilie Mâle in zijn standaardwerk over de middeleeuwse kunst (1922). De kunsthistoricus Erwin Panofsky noemde het in zijn monografie over Dürer (1945) “an inescapable work of art”. Sommige kunstwerken zijn van alle tijden.
The post In focus I – Apocalyps now? ‘De Vier Ruiters van de Apocalyps’ door Albrecht Dürer (1498) appeared first on Artetcetera.
]]>The post Een schat keert in de moederschoot terug. Schenking van de collectie Jacobus van Looy aan de Gemeente Haarlem (Noord-Hollands Archief en het Frans Hals Museum) appeared first on Artetcetera.
]]>Michiel Kersten
Op 28 maart 2019 heeft de Stichting Jacobus van Looy de tekeningen, schilderijen, boeken, manuscripten en memorabilia van Van Looy die de stichting vanaf de jaren veertig heeft beheerd, geschonken aan de gemeente Haarlem. De schilderijen bevinden zich in het Frans Hals Museum, terwijl honderden tekeningen in potlood, houtskool, zwart krijt, maar ook in waterverf of pastel nu deel uit maken van de collectie van het Noord-Hollands Archief, net als de manuscripten en enkele persoonlijke herinneringsobjecten, zoals een vulpen en de hoed van Kobus. Daarmee is de bij tijd en wijle ongewisse reis van de collectie van zo’n 75 jaar ten einde gekomen. Het levenswerk van deze bijzondere Haarlemmer is nu toekomstbestendig in zijn geboortestad verankerd. Bovendien is in het Noord-Hollands Archief de verzameling nu beter dan ooit toegankelijk.
Schilder van huis uit, Schrijver door toevallige omstandigheden
Als vijfjarig jongetje kwam Jacobus van Looy (1855-1930) terecht in het Burgerweeshuis, dat toen gevestigd was aan het Groot Heiligland, het voormalige Oudemannenhuis (het tegenwoordige Frans Hals Museum). In 1866 kwam Jaapje als leerling in dienst van een letterzetterij, om een jaar of twee later opgeleid te worden tot huis- en rijtuigschilder. In deze jaren volgde hij ’s avonds de Burgeravondschool, waar hij tekenles kreeg van de stillevenschilder Dirk J.H. Joosten. Het tekentalent van Jaap viel op. Met steun van de directeuren van Teylers Stichting kon hij vanaf 1877 studeren aan de Rijksakademie van Beeldende Kunst in Amsterdam.

Juni 1884 wint hij de Prix-de-Rome-prijs met de geschilderde compositie Elia op de berg Karmel. Tijdens de Prix-de-Rome-reis debuteert hij – zonder het zelf te weten – met een sonnet in de Nieuwe Gids. Albert Verwey, de redacteur van dit tijdschrift had het sonnet, zonder Van Looy daarvan in kennis te stellen, onder pseudoniem opgenomen. Met deze gebeurtenis begon een succesvol schrijverschap. De jeugdherinneringen van Jacobus van Looy zijn in 1917 onder de titel Jaapje gepubliceerd. Het is nog steeds zijn meest bekende boek. Andere publicaties zoals Proza (1889), Gekken (1892) en Feesten (1903) werden in lovende woorden besproken.
Schilderen voor eigen genoegen
Zo positief als het literaire werk gerecenseerd werd, zo afstandelijk en zelfs kritische klonken de recensies in 1901 toen Van Looy een grote overzichtstentoonstelling had in Art et Amicitae in Amsterdam. Men zag in Van Looy een groter schrijver dan schilder. Jacobus Van Looy, die zich in de eerste plaats schilder voelde, trok zich deze kritiek zeer aan. Van dat moment af stelde hij nog maar mondjesmaat tentoon. Als beeldende kunstenaar trok hij zich steeds meer terug, vooral na zijn vestiging in Haarlem in 1907.
Van Looy voelde zich buitengewoon gekwetst door de negatieve toon van de recensies. Toch is een kanttekening op zijn plaats: de kritische toon van de recensies was zeker niet unaniem. Het schitterende, impressionistisch geschilderde doek Zomerweelde uit 1900 werd – bijvoorbeeld – door het Stedelijk Museum Amsterdam uit particulier bezit verworven (afbeelding hieronder). Voor dit schilderij had hij op de tentoonstelling in Arti et Amicitae in 1901 een gouden medaille gekregen. Het lijkt er op dat Van Looy zich de negatieve kritiek sterk aan trok en positieve zinsneden over zijn werk niet goed op waarde wist te schatten en als niet relevant ter zijde schoof.

In 1913 betrok hij een in zijn opdracht gebouwd huis met atelier aan de Kleine Houtweg. De tuin werd zijn schilderparadijs, waar hij ieder jaar het rijpe fruit van de appel- en perenbomen schilderde, maar ook de bloeiende helium, lelies, en papavers in zijn tuin. De schilderijen tonen appels en peren vaak tegen een helder blauwe achtergrond, soms tegen de donkerrode achtergrond van de bakstenen muur in de tuin van Kleine Houtweg 103.

Reputatie verschuiving
In de necrologieën die bij het overlijden van Jacobus van Looy (1935) in de kranten en tijdschriften verschenen, staat men uitgebreid en vol lof stil bij van Looy’s schrijverschap. Hij wordt als intuïtief woordkunstenaar de hemel in geprezen, terwijl zijn schilderijen en tekening ‘en passant’ een vluchtige vermelding krijgen. Juist zijn woordkunstenaarschap met zelfgemaakte woorden en lange impressionistische beschrijvingen van sfeer, kleur en geluid zijn er debet aan dat hij – hoe mooi zijn taal ook is – tegenwoordig nog zelden wordt gelezen.
Zijn schilderijen, met name sfeervolle composities met bloemen en fruit, zijn daarentegen nu juist zeer geliefd. Het schilderij Oost-Indische kers is dé publiekslieveling van Teylers Museum. Afgelopen maart bood een kunsthandelaar op de TEFAF een klein werkje met fruit aan, ongetwijfeld voor een stevig bedrag. Dit soort werkjes kon je een jaar of twintig geleden nog voor een paar honderd gulden kopen. Dat is definitief verleden tijd.
Deze verandering hebben wij vooral te danken aan Titia van Looy-van Gelder, de echtgenote van Jacobus van Looy. Zij wilde een museum stichten waar het beeldende werk alle ruimte kreeg: “…daar Van Looy zich steeds meer schilder dan schrijver gevoeld had.”
Titia van Looy-van Gelder als schatbewaarder – een museum voor Van Looy
Na de dood van haar echtgenoot richtte Titia van Looy-Van Gelder (1860-1941) zich volledig op het vergroten van de naamsbekendheid van haar overleden echtgenoot. Vooral zijn geschilderde oeuvre kreeg daarbij ruim baan. In het woonhuis aan de Kleine Houtweg 103 werd niets veranderd. Alles bleef zorgvuldig op zijn plaats. Op bezoekers maakte het huis de indruk alsof de schilder een ommetje aan het maken was en dadelijk weer binnen zou komen. Al spoedig rijpte bij Titia het plan om in een aangrenzend perceel een tentoonstellingszaal – een echt museum – te laten bouwen voor het werk van Jacobus van Looy. Op 8 maart 1933 gaat de gemeenteraad van Haarlem er mee akkoord dat Titia van Looy dit perceel grond van 262m2 gelegen aan de Voorhoutstraat in eeuwig durende erfpacht krijgt.

De Amsterdamse School architect Jan Gratema kreeg de opdracht het gebouw te ontwerpen. Men ging voortvarend te werk, want eind 1933 of voorjaar 1934 is de gebouw gereed en konden zalen ingericht worden. Het gebouw (afbeeldingen) was 25 meter lang en 10 meter breed. Gerard D. Gratema, directeur van het Frans Hals Museum, adviseerde over de inrichting. In de woorden van O.H Ritter Jr. in De Telegraaf van 28 juli 1934 bestond het gebouw “eenige in elkander loopende zalen, en nog een bovenzaal [waar] men ongestoord, in groote rust, het oeuvre van den Meester bewonderen kan. De lichtsterkte en lichtverdeeling is met betrekking tot de gekozen schilderijen nauwkeurig overwogen, terwijl deze belangrijke factoren bij de bezichtiging van schilderkunst kunnen geregeld worden naar gelang van de sterkte van het buitenlicht door een samenstel van gordijnen”.

In de zaal hangen onder meer Empire Theater, Londen, Aaltje met de Geit (afb *), Bloemvisioen O.I. kers en Reizigers derde klas. In een bijzaaltje hangen twintig studies van De maaier. Een echt open museum was het nog niet, maar “toch niet voor de buitenwereld afgesloten”. Een schriftelijk verzoek tot mevr. Van Looy-van Gelder gericht, “opent de mogelijkheid tot een bezoek”, schrijft Het Handelsblad eveneens op 28 juli 1934, de openingsdag.

Pas in de loop van de late jaren dertig waren er suppoosten aangesteld en zijn er vaste openingstijden. Met regelmaat verzorgde Titia, die voordrachtskunstenaar was, voorlezingen uit het werk van haar man voor groepjes liefhebbers.

Museum Huis van Looy als geweigerde gift
Op 28 december 1940 overlijdt Titia van Looy-Van Gelder. Haar testament bepaalt dat het Museum Huis van Looy, bestaande uit het museum aan de Voorhoutstraat en de woning aan de Kleine Houtweg aan de gemeente Haarlem toevalt. In het Haarlems dagblad is op 31 december van dat jaar te lezen, dat nadere bijzonderheden nog geregeld moeten worden. “Er is over deze zaak spoedig een officieel raadsstuk te wachten.” Dat zou echter nog acht jaar op zich laten wachten. De oorlog was er ongetwijfeld debet aan dat er niets vernomen wordt van het Museum Huis Van Looy, tot dat in 1948 de gemeente Haarlem de gift van de weduwe Van Looy alsnog weigerde te aanvaarden. De bepaling dat niets in het huis veranderd mocht worden was daarvan de oorzaak. “Het komt er op neer schrijft een krant: “dat de gemeente – in deze vorm – geen prijs stelt op het bezit van het huis…”

De collectie, het huis en het museum – zo besloten de erven – moeten dan maar geveild worden. De veiling van de collectie vond plaats op 25 januari om 16.00 uur. De veilingmeester was makelaar-taxateur Paul Brandt uit Amsterdam. De kijkdagen waren de dagen er voor: 22, 23 en 24 januari 1940. Belangstellenden konden onder meer 220 schilderijen bewonderen. Op 27 januari 1949 kon het Algemeen Handelsblad melden dat de gemeente voor fl 10.650 het museum Van Looy (niet de voormalige woning aan de Kleine Houtweg) had verworven. Ook had men een gedeelte van de tuingrond gekocht van het woonhuis aan de Kleine Houtweg om een behoorlijke toegang tot het gebouw te creëren vanaf de Kamperlaan. Een paar dagen eerder had een commissie van bezorgde vrienden en bewonderaars op de veiling voor fl 14.000 een representatief deel van de collectie weten te verwerven, waaronder 98 schilderijen en vele aquarellen, zwart-wittekeningen, pastels, boeken en manuscripten. Het bestede bedrag kwam overeen met ongeveer de helft van de totale opbrengst van de veiling. Het geld was door het comité samen met steun van de overheid bijeengebracht. Dit comité richtte in juli 1949 de Stichting Jacobus van Looy op. De voorwerpen werden in bruikleen aan de gemeente Haarlem afgestaan.

In maart gaat de gemeenteraad op voorstel van B&W er mee akkoord dat ook het woonhuis van Van Looy aan de Kleine Houtweg aangekocht kan worden. Op de achtergrond speelde men met het idee hier de collectie historische kostuums van Cruys Voorbergh (pseudoniem van Ernest Pieter Coenraad van Vrijberghe de Coningh) onder te brengen. Deze collectie zou later de kern vormen van het Nederlands Kostuummuseum in Den Haag. Een maand later, op 14 april 1949, meldde de Gooi- en Eemlander dat ook een deel van de woning inmiddels is ingericht als museum voor Jacobus Van Looy. Door de aankoop was een toegang tot het museum via de Kamperlaan niet nodig. Hoewel die er uiteindelijk toch is gekomen (zie afbeelding)

Een museum zonder bezoekers, bijna zonder bezoekers…
In het Museum Huis van Looy werd niet alleen werk van Van Looy gepresenteerd, ook waren er wisseltentoonstellingen te zien, zoals die van de leden van Kunst Zij Ons Doel. Halverwege de jaren zestig was het aantal bezoekers teruggelopen tot gemiddeld één bezoeker per drie dagen. “Onderzoek heeft uitgewezen”, schreef Het Parool op 29 juni 1966, “dat iedere bezoeker de gemeente 150 gulden kost”. Het exploitatieverlies liep schrikbarend op. In deze jaren ontstonden ook de plannen om de Vleeshal te restaureren en als volwaardige cultureel centrum en tentoonstellingsruimte in gebruik te nemen. Museum Van Looy als tentoonstellingsruimte werd daardoor overbodig. De restauratie van de Vleeshal werd geschat op fl 190.000. Deze restauratie zou bekostigd kunnen worden met de opbrengst van de verkoop van Museum Huis van Looy. De rest van de opbrengst kon gebruikt worden om een expositiezaal in het Frans Hals Museum in te richten voor het werk van Jacobus van Looy. Op 5 juli 1967 keurt de gemeenteraad de verkoop goed van het Museum Huis van Looy (woning en museum) voor fl 220.000 aan de Katholieke Provinciale Bibliotheek Centrale Noord-Holland.
Van Looy in het Frans Hals Museum
De inrichting van een zaal speciaal voor Van Looy duurde langer dan verwacht. Pas half mei 1970 – drie jaar na de geplande openingsdatum – kon de eerste tentoonstelling in de zolder boven de Goudleerzaal worden geopend. De voorzitter van de Stichting Jacobus van Looy hield ter gelegenheid een inleiding, terwijl L. van Dis over de jeugd van Kobus in het weeshuis vertelde. De expositieruimte moet zich achter het toen nog nieuwe Prentenkabinet op de bovenverdieping (ook wel zolder genoemd) bevonden hebben. Later – na de sluiting van het Prentenkabinet – verplaatste de directie van het museum het Van Looy-kabinet naar de ruimte direct bovenaan de eikenhouten trap die in de Blauwe hal uitkomt. Omstreeks 2000 werd het Van Looy kabinet opgedoekt. Het was een vreemde eend in de bijt geworden in een museum dat zich afficheerde als museum van de Gouden Eeuw.
Terug in de moederschoot
Nog steeds hangen de schilderijen van Van Looy in de ruimte boven de Goudleerzaal; alleen nu op stalen depotrekken. Deze schilderijen zijn door de aanvaarding van de schenking van de Stichting Jacobus van Looy definitief eigendom van Haarlem geworden. De papierencollectie (tekeningen, schetsen, aquarellen manuscripten en boeken) zijn daarentegen van het Frans Hals Museum verhuisd naar het Noord-Hollandse Archief en kunnen in de studiezaal aan de Kleine Houtstraat – op een kleine 500 meter van het voormalige woonhuis van Van Looy – geraadpleegd worden. Dichter bij Van Looy kun je niet komen….
Dit artikel is geschreven voor het tijdschrift van het Noord-Hollands Archief (zomer 2019) door Michiel Kersten, voorzitter van de Stichting Jacobus van Looy, naar aanleiding van de schenking van de tekening, prenten, manuscripten en memorabilia van de Stichting Jacobus van Looy aan het Noord-Hollands Archief in Haarlem. Hiermee komt binnenkort een einde aan het bestaan de van de Stichting Jacobus van Looy.
Veel dank aan Peter van Graafeiland die mij op het spoor zette van het speciaal voor Jacobus van Looy door zijn echtgenote gebouwde museum aan de Voorhoutstraat. Hij heeft ook de ontwerptekening van Gratema van het museum boven water gekregen.
[eventButton id=”109″][/eventButton]
The post Een schat keert in de moederschoot terug. Schenking van de collectie Jacobus van Looy aan de Gemeente Haarlem (Noord-Hollands Archief en het Frans Hals Museum) appeared first on Artetcetera.
]]>The post Japanse geïllustreerde boeken gedigitaliseerd door de Smithsonian Libraries appeared first on Artetcetera.
]]>De Freer Gallery of Art en de Arthur M. Sackler Gallery Library heeft een grote collectie van meer dan 1000 zeldzame Japanse, geïllustreerde boeken, die afkomstig zijn uit de collectie van Charles Lang Freer. Deze boeken zijn vervaardigd in de jaren 1600-1912 die ook wel bekend staan als de Edo en Meiji perioden. Daarnaast bestaat deze collectie uit meer dan 65 banden uit de Meiji-periode die verzameld zijn door Robert O. Muller.
In 2007 was de Freer | Sackler Gallery Library in de gelegenheid de belangrijke collectie Japanse geïllustreerde boeken van Gerhard Pulverer te verwerven. Deze collectie is nu in zijn geheel gedigitaliseerd en kan online worden worden bekeken. In tegenstelling tot de meeste gedigitaliseerde Europese boeken zijn de pagina’s in de Japanse boeken van Pulverer steeds twee-aan-twee (als een ‘spread) gedigitaliseerd omdat de illustraties vaak over twee pagina’s gedrukt zijn. In de berichten over dit digitalisering project wordt vaak vermeld dat de pagina’s soms licht lijken te geven of een zilverachtige glans hebben. Interessant is dat dit ontstaat door dat bij de fabricage van het prachtige Japanse papier mica is gebruikt. Natuurlijk is zijn deze hooglichtjes niet te zien op de scans van de pagina’s van de geïllustreerde Japanse boeken.
The post Japanse geïllustreerde boeken gedigitaliseerd door de Smithsonian Libraries appeared first on Artetcetera.
]]>The post Excursie naar Insel Hombroich en Schloss Benrath appeared first on Artetcetera.
]]>Museum Insel Hombroich is ontwikkeld door Karl-Heinrich Müller (1936-2007), een verzamelaar uit Düsseldorf. Museum Insel Hombroich is een parklandschap langs de oevers van een rivier waarop verspreid over het landschap tentoonstellingsgebouwen staan, in zekere zin een soort openlucht museum. In deze paviljoens wordt de verzameling getoond, waaronder objecten uit Azië (Khmer, China), maar ook werken van Lovis Corinth, Hans Arp, Kurt Schwitters, Alexander Calder, Francis Picabia, Henri Matisse en Yves Klein. Oude en nieuwe kunst naast elkaar én door elkaar. De bezoeker dwaalt door het parklandschap. “Open je zintuigen”, zegt het museum en ontdek schoonheid in de natuur én die van de kunst.
Schloss Benrath is tussen 1755 en 1773 gebouwd voor een van de keurvorsten van de Palts. Het slot bestaat uit een middengedeelte (Corps de Logis) en twee zijgebouwen. Het slot ligt in een park met grote spiegelvijvers. Slot en park zijn als één geheel ontworpen: een waar ‘Gesamtkunstwerk” opgezet in een neo-classicistische stijl, die ook wel bekend staat als Louis XVI-stijl. n van de tuin zijn aangelegd als een formele Franse tuin, een ander deel laat al de opkomst van de Engelse landschapstuinen zien. Wij krijgen een rondleiding door het Corps de Logis en bezoeken daarna het Europese museum van de tuinkunst in één van de zijvleugels.
Excursie naar Insel Hombroich en Schloss Benrath op 29 juli
Datum: zaterdag 29 juli – reis met personenbusje(s)
vertrek 8.00 uur vanaf station Heemstede-Aerdenhout, eventueel met tussenstop in Sloterdijk om deelnemers op te halen. Retour circa 22.30 uur.
Kosten € 85,- (inclusief vervoer, koffie/thee (2x) waarvan éénmaal met gebak, en toegang tot de musea à € 35,-).
Opgeven door op onderstaande blauwe knop te klikken
[eventButton id=”55″][/eventButton]
The post Excursie naar Insel Hombroich en Schloss Benrath appeared first on Artetcetera.
]]>The post Rik Wouters en Nederland. Tentoonstelling in Amersfoort appeared first on Artetcetera.
]]>Schilder van licht
Een voorbeeld van zijn eigenzinnige manier van schilderen is het schitterende portret van de beeldhouwer Ernest Wijnant. De beeldhouwer zit informeel gekleed in zijn witte overhemd en een bruin vest een pijpje te roken in gele stoel, een grijze vilten hoed op het hoofd. Hij kijkt ons aan, ietwat vragend en onzeker. De knieën over elkaar gelegd. Behalve het gezicht en de hoed – die zich onmiddellijk ons in het oog springen – is alles vaag gehouden en lossen alle vormen en objecten zich in het licht op. Van de kamer krijgen wij slechts een indruk, een idee. Alleen de groene ranken met rode bloemen van het behang zijn wat stevige aangezet. Het is als of wij door een matte ruit van melkglas kijken in een zonovergoten tuinkamer: alles is diffuus, onscherp, vaag… Adembenemend.
Armoede
Even bijzonder als zijn manier van schilderen is de korte levensgeschiedenis van Rik Wouters. Van oorsprong opgeleid als beeld- en ornamentsnijder in de Mechelse meubelfabriek van zijn vader, kiest de Wouters voor een onzeker bestaan als kunstenaar. Een aantal jaar krijgt hij les van de Mechelaar Theo Blickx (1875-1963). Vanaf 1901 volgt hij lessen beeldhouwen aan de Brusselse Koninklijke Academie voor de Kunsten. In Brussel komt hij in contact met vernieuwende kunstenaars als Jean Brusselmans en Edgard Tytgat. Op de academie ontmoet hij de zestienjarige Nel Duerinckx (1886-1971), die als kunstenaarsmodel geld verdient. In 1904 verlaat Rik de academie en betrekt met zijn vriendin een woning in Watermaal Rik en Nel trouwen op 19 april 1905. Na een aantal omzwervingen huren zij een huis in Bosvoorde, aan de rand van het Zoniënwoud bij Brussel. Nel is zijn muze en belangrijkste onderwerp. Er volgen jaren van bittere armoede waarin om eten gespaard moest worden om schildersmaterialen te kunnen kopen. “Vooraleer ik een groot artiest zal zijn, zullen wij veel miserie kennen”, zou Rik tegen Nel al voor zijn huwelijk tegen Nel gezegd hebben.
Erkenning
In 1910 verbetert de situatie allengs. Rik, die Van Gogh en – vooral – Paul Cézanne bewondert, neemt deel aan de tentoonstellingen van de kunstenaarsgroep De Onafhankelijken in Brussel en maakt via via kennis met de kunsthandelaar Georges Giroux. Hij mag deel in 1911 nemen aan de tentoonstelling van La Libre Esthétique. Met Giroux en Rik Wouters sluiten een contract, waardoor de kunstenaar geen gebrek aan schilders materialen meer heeft. In de jaren 1912-1914 wordt Wouters naam steeds bekender en zijn werk meer gewaardeerd. Hij neemt in deze jaren deel aan tientallen tentoonstellingen in België, maar ook in Duitland, Spanje en Italië en in 1913 aan de Salon in Parijs. Het zijn de meest productieve jaren waarin zijn mooiste schilderijen tot stand kwamen, vrijwel altijd met Nel in de hoofdrol.
Oorlogsjaren
In de zomer van 1914 werd Rik Wouters gemobiliseerd en belandde – om krijggevangenschap te voorkomen – met vele andere soldaten en officieren in Nederland. Hier werd hij eerst in kamp Amersfoort geïnterneerd, later in kamp Zeist. Nel vlucht eveneens naar het neutrale Nederland en huurt een kamer in Amersfoort. Ondanks de oorlog volgen in Brussel, maar ook in Engeland tentoonstellingen en presentaties van zijn werk. In mei 1915 mag de kunstenaar Kamp Zeist verlaten. Nel en Rik vestigen zich in Amsterdam, waar zij op de Derde Kostverlorenkade een verdieping kunnen huren. De zware hoofdpijnen waaraan de kunstenaar al lang tijd leed, bleken in het najaar van 1915 een gevolg van bovenkaakkaner te zijn. Er volgen een aantal operaties, waarbij zelfs een deel van het gehemelte is verwijderd. Pijn en een beperkt gezichtsvermogen belette Rik Wouters nog te schilderen. Wel bleef hij tekenen. 11 juli 1916 overleed de kunstenaar. Wel maakt hij in april nog de overzichtstentoonstelling van zijn werk in het Amsterdamse Stedelijk Museum mee.
Tentoonstelling
Museum Flehite heeft een tentoonstelling ingericht waarin vooral het werk uit de oorlogsjaren te zien is. De tentoonstelling bestaat uit schilderijen en tekeningen. Daarnaast besteed het museum aandacht aan de opvang van de Belgische vluchtelingen in de late zomer en het najaar van 1914. Natuurlijk is er ook veel aandacht voor Kamp Amersfoort en Kamp Zeist. De tentoonstelling vormt een prachtige aanvulling en uitbreiding op de tentoonstelling “De kleur ontketend” die eind 2015 te zien was in Den Haag en waarin een een prachtig overzicht van zijn werk was opgenomen. De tentoonstelling in Amersfoort toont naast schilderijen vooral tekeningen gemaakt in Amsterfoort en Amsterdam. Een voorliefde had Wouters voor penseel en zwarte inkt. of zwart, soms gebruikte hij kleur. De kleuren zijn somberder dan voorheen, maar winnen aan intensiteit. Wij zien nel aan tafel met een deken om, naaiend, lezend in de Amsterdamse huiskamer. Ook uitzicht op de kade en de dekschuiten die hier doorheen voeren. Vaak met een grote eenvoud aan beeldende middelen, minimalistische en bijna abstract geschilderd. Maar door deze schijnbare eenvoud des te indrukwekkender.
Catalogus
Bij de tentoonstelling is een publicatie over leven en werk van Rik Wouters verschenen van de hand van Maarten de Jager. De publicatie is gelijktijdig ook de catalogus bij de tentoonstelling en legt – net als de tentoonstelling – de nadruk op de oorlogsjaren. Juist deze jaren kregen in catalogus in Den Haag – en dan nog soms foutief – maar weinig aandacht. Terwijl juist deze jaren zo ingrijpend waren en de overzichtstentoonstelling in Amsterdam zijn definitieve doorbraak en erkenning betekende als een van de grootste Belgische kunstenaars.
Niet missen deze tentoonstelling!!! Nog tot 8 januari in Museum Flehite te zien.
Michiel Kersten, 5 november 2016
The post Rik Wouters en Nederland. Tentoonstelling in Amersfoort appeared first on Artetcetera.
]]>The post Groots overzicht van de kunst van de Gouden Eeuw op pinterest appeared first on Artetcetera.
]]>Het lijkt er op dat Daniel M. een of meerdere goede handboeken over de zeventiende-eeuwse kunst heeft genomen en daaruit alle amen van de Hollandse en Vlaamse meesters heeft gedestilleerd. Systematisch heeft hij bij al die namen de afbeeldingen gezocht van die de kunstenaars die op het internet circuleren. Per pinbord een kunstenaar: dus gemakkelijker kan het niet. Het resultaat is verbluffend. Een nagenoeg compleet overzicht van de Nederlandse kunst uit de Gouden Eeuw in afbeeldingen. Kortom: begin je onderzoek, vragen over de kunst uit de zeventiende eeuw bij Daniel M. op Pinterest.
Op het account van Daniel M. staan 495 pinborden (= 495 kunstenaars) met 45.600 afbeeldingen van Nederlandse en Vlaamse kunstwerken. Een indrukwekkende hoeveelheid werk en toewijding gaat hier achter schuil, net als liefde voor de kunst uit Noordwest Europa. Klasse! Op zijn account staat dit duidelijk: “La peinture en Flandres et en Hollande au 16-17 ème siècle a été le mouvement artistique le plus important existant au monde.” Als Nederlander kun je dat niet schrijven, maar Daniel als Fransman staat dat natuurlijk volkomen vrij. Daar kunnen wij trots op zijn…
Dit is de link naar het account van Daniel M met het overzicht van de kunst in de Nederlanden.
The post Groots overzicht van de kunst van de Gouden Eeuw op pinterest appeared first on Artetcetera.
]]>The post Nieuwsbrief Augustus verschenen appeared first on Artetcetera.
]]>Nieuwsbrief Artetcetera augustus
The post Nieuwsbrief Augustus verschenen appeared first on Artetcetera.
]]>The post Nieuwsbrief Artetcetera juni 2016 appeared first on Artetcetera.
]]>The post Nieuwsbrief Artetcetera juni 2016 appeared first on Artetcetera.
]]>