Advertise with Googlier.com Aaltersbedrijvencentrum – NL http://aaltersbedrijvencentrum.be/nl Een andere aaltersbedrijvencentrum site Wed, 10 Jun 2020 09:42:41 +0000 nl hourly 1 https://wordpress.org/?v=4.9.4 Are you looking for highly educated IT experts? http://aaltersbedrijvencentrum.be/nl/are-you-looking-for-highly-educated-it-profiles/ Thu, 02 Aug 2018 08:50:28 +0000 http://aaltersbedrijvencentrum.be/nl/?p=1908 The post Are you looking for highly educated IT experts? appeared first on Aaltersbedrijvencentrum - NL.

]]>

Aalters Bedrijvencentrum can help you as service provider with finding highly educated IT experts.

Many companies are using the services of Aalters Bedrijvencentrum (AB). Besides co-working, accompanying start ups and organizing events, AB is also an important link in joining and inspiring entrepreneurs. As a service provider AB can help you with finding highly educated IT experts.

 

In general we have IT profiles with a vast experience in, amongst others:

  • Project Management
  • Service Management
  • Software Development
    • Java
    • Front End
    • Back End
    • .Net
  • Networking
    • Routing and Switching
    • Service Provider
    • VoIP/Contact Center Solutions
  • Security
    • Network Security
    • Information Security
  • Other ICT expertise we can help you with:
    • Genesys
    • Oracle
    • SAP
    • Enterprise architect
    • System Adminstrator

All our ICT experts

  • speak, read and write perfect English but not Dutch or French;
  • hold a visa and a work permit so they are 100% in line with the Belgian immigration law;
  • are fully registered at a health insurance fund to get Social Security cover in Belgium;
  • are assisted with housing in/near the town of work.

NEW
Besides offering interim contracts we can also help with:
* finding required “permanent” IT experts;
* realising offshore IT services.

IT profiles are mostly very specific: so ask us and we will see if we can find what you are looking for.

I am looking for IT experts

Yes, I am interested in how Aalters Bedrijvencentrum can help me find suitable IT experts.

Tell me who you can offer.

 

 

* = required

[contact-form-7]

The post Are you looking for highly educated IT experts? appeared first on Aaltersbedrijvencentrum - NL.

]]>
Bent u op zoek naar hoogopgeleide IT-profielen? http://aaltersbedrijvencentrum.be/nl/hoogopgeleide-it-profielen/ Tue, 31 Jul 2018 14:31:08 +0000 http://aaltersbedrijvencentrum.be/nl/?p=1895 The post Bent u op zoek naar hoogopgeleide IT-profielen? appeared first on Aaltersbedrijvencentrum - NL.

]]>

Aalters Bedrijvencentrum kan als dienstverlener hoogopgeleide IT-profielen aanbrengen

Tal van ondernemingen doen beroep op de diensten van het Aalters Bedrijvencentrum (AB). Naast co-working, het begeleiden van start-ups en het verzorgen van events is het AB ook een belangrijke schakel in het verbinden en inspireren van ondernemers. Als dienstverlener kan het AB u hoogopgeleide IT-profielen aanbrengen.

Wij hebben IT-profielen met ruime ervaring op vlak van:

  • Project Management
  • Service Management
  • Software Development
    • Java
    • Front End
    • Back End
    • .Net
  • Networking
    • Routing and Switching
    • Service Provider
    • VoIP/Contact Center Solutions
  • Security
    • Network Security
    • Information Security
  • Other ITC expertise we can help you with:
    • Genesys
    • Oracle
    • SAP
    • Enterprise architect
    • System Adminstrator

Al onze IT-profielen

  • spreken, lezen en schrijven vloeiend Engels;
  • hebben een visum en een werkvergunning zodat ze 100% in regel zijn met de Belgische immigratiewet;
  • zijn geregistreerd bij een erkend ziekenfonds zodat ze volledig in regel zijn met de sociale zekerheid in België;
  • worden bijgestaan met hun huisvesting in/nabij de plaats van werk.

NIEUW
Naast het aanbieden van interim-contracten kunnen wij ook helpen met:
* het vinden van geschikte “permanente” medewerkers;
* het realiseren van offshore IT diensten.

IT-profielen zijn meestal heel specifiek: vraag het ons en we zien wel of we jullie kunnen helpen.

Ik ben op zoek naar IT-profielen

Ja, ik ben geïnteresseerd hoe het Aalters Bedrijvencentrum mij kan helpen bij het zoeken naar geschikte IT-profielen.

Vertel mij wie jullie kunnen aanbrengen.

 

* = verplicht

[contact-form-7]

The post Bent u op zoek naar hoogopgeleide IT-profielen? appeared first on Aaltersbedrijvencentrum - NL.

]]>
Belangrijke wijziging rond betalingen in cash http://aaltersbedrijvencentrum.be/nl/betalingen-in-cash/ Wed, 08 Nov 2017 12:22:09 +0000 http://aaltersbedrijvencentrum.be/nl/?p=1556 Per 16 oktober 2017 is een nieuwe wet betreffende betalingen in cash van kracht geworden, die voor heel veel ondernemers wel eens belangrijk kan zijn.   Beperking tot 3.000 euro cash geld Iedereen is ondertussen zowat bekend met de regeling dat men in feite nooit meer dan 3.000 euro in contant geld mocht ontvangen of…

The post Belangrijke wijziging rond betalingen in cash appeared first on Aaltersbedrijvencentrum - NL.

]]>
Per 16 oktober 2017 is een nieuwe wet betreffende betalingen in cash van kracht geworden, die voor heel veel ondernemers wel eens belangrijk kan zijn.

 

Beperking tot 3.000 euro cash geld

Iedereen is ondertussen zowat bekend met de regeling dat men in feite nooit meer dan 3.000 euro in contant geld mocht ontvangen of betalen als ondernemer. Zeer ongemakkelijk was echter de regeling dat u als ondernemer maximaal een voorschot mocht ontvangen van 10% van het totale bedrag. Verkocht u bv. iets van 5.000 euro, dan mocht u maximaal 500 euro in contanten ontvangen.

 

10%-regel verdwijnt

Zeer goed is dat die 10%-regel nu wordt afgeschaft. Ongeacht de grootte van uw verkoop, u mag steeds maximaal 3.000 euro in cash ontvangen. Dus in mijn voorbeeld mag u maximaal 3.000 euro cash ontvangen. De rest moet via overschrijving betaald worden. Een factuur opsplitsen in meerdere schijven mag niet. Bij deelbetalingen mag diezelfde 3.000 euro in totaal nooit overschreden worden.

 

Duidelijk, eenvoudiger

Van de gelegenheid heeft men echter gebruik gemaakt om het toepassingsgebied verder uit te breiden. Vanaf nu geldt het verbod van cashbetalingen boven de 3.000 euro voor alle betalingen en schenkingen, behalve tussen particulieren onderling. U mag aan een familielid nog altijd een som cash geld geven, dus ook boven 3.000 euro. Nieuw is dat ook landbouwers, vrije beroepen en Vzw’s nu onder het toepassingsgebied vallen.

 

Boete?

Het verbod geldt zowel wanneer u als ondernemer iets koopt of verkoopt, zowel ten aanzien van particulieren als ten aanzien van andere ondernemingen. Wie meer dan 3.000 euro cash betaalt of ontvangt, riskeert een forse boete. Zowel de leverancier als de klant.

 

Opgelet!

Als opfrissing vermelden we nog dat de koop/verkoop van een onroerend goed helemaal niet in cash mag betaald worden. Ook de registratierechten en de notariskosten moeten integraal via overschrijving gebeuren. Hetzelfde geldt voor de aankoop van oude metalen, koperkabels of producten die edele metalen bevatten.

 

The post Belangrijke wijziging rond betalingen in cash appeared first on Aaltersbedrijvencentrum - NL.

]]>
Vrijwilligers: tot 6.000 euro per jaar onbelast bijverdienen. http://aaltersbedrijvencentrum.be/nl/vrijwilligers-6000euro-bijverdienen/ Mon, 06 Nov 2017 16:04:18 +0000 http://aaltersbedrijvencentrum.be/nl/?p=1547 Vele organisaties, jeugdverenigingen en sportclubs worstelen vandaag met twee belangrijke problemen: Het vinden van voldoende financiële middelen voor een normale werking; Het vinden van voldoende gemotiveerde vrijwilligers.   Nieuwe maatregel uit het Zomerakkoord Een nieuw wettelijk initiatief kan wellicht voor bepaalde verenigingen een hulp zijn. Vanaf 01 januari 2018 jaarlijks tot 6.000 euro of gemiddeld…

The post Vrijwilligers: tot 6.000 euro per jaar onbelast bijverdienen. appeared first on Aaltersbedrijvencentrum - NL.

]]>
Vele organisaties, jeugdverenigingen en sportclubs worstelen vandaag met twee belangrijke problemen:

  • Het vinden van voldoende financiële middelen voor een normale werking;
  • Het vinden van voldoende gemotiveerde vrijwilligers.

 

Nieuwe maatregel uit het Zomerakkoord

Een nieuw wettelijk initiatief kan wellicht voor bepaalde verenigingen een hulp zijn.

Vanaf 01 januari 2018 jaarlijks tot 6.000 euro of gemiddeld 500 euro netto per maand onbelast bijverdienen. Niet alleen met bepaalde activiteiten in het verenigingsleven maar ook bij hulp aan burgers.

 

Voorwaarden

Wie komt in aanmerking?

  • werknemers die minimum 4/5 werken;
  • zelfstandigen in hoofdberoep;
  • gepensioneerden

 

Spelersvergoedingen komen niet in aanmerking en blijven zoals voorheen.

 

Via app

De registratie zal moeten gebeuren via een elektronische applicatie. Als de drempel van 6.000 euro per jaar toch wordt overschreden zullen alle aangegeven bedragen worden belast als beroepsinkomen.

 

Toepassing

De activiteiten die in aanmerking komen zijn ondertussen vastgelegd in twee lijsten:

  • taken bij clubs of verenigingen;
  • van burger tot burger.

 

Voorbeelden

  • Sporttrainer, sportlesgever, sportcoach, …
  • Terreinverzorger, seingever, …
  • Animatoren, monitoren, … binnen jeugdbeweging en speelpleinwerking, …
  • Hulp in administratief beheer van sportverenigingen, …
  • Hulp in bestuur van jeugdorganisaties, …
  • Praktische organisatie van activiteiten van verenigingen, …
  • Ondersteuning bieden in woonzorgcentra, …
  • Hulp aan personen met een beperking, …
  • Zorg voor hulpbehoevende ouders, …
  • Kinderoppas thuis, …
  • Uitlaten van honden, …
  • …

The post Vrijwilligers: tot 6.000 euro per jaar onbelast bijverdienen. appeared first on Aaltersbedrijvencentrum - NL.

]]>
Ondernemers met meerdere vennootschapen betalen het gelag! Ze betalen tot 39,58% vennootschapsbelasting. http://aaltersbedrijvencentrum.be/nl/vennootschapsbelasting-stijgt-naar-3958/ Wed, 27 Sep 2017 10:33:22 +0000 http://aaltersbedrijvencentrum.be/nl/?p=1536 De teksten van het zogenaamde Zomerakkoord van onze regering Michel zijn nog niet definitief, maar toch acht ik de tijd al rijp om u persoonlijk te informeren omtrent enkele in het oog springende vaststellingen die we gedaan hebben, en die concreet voor u gevolgen hebben.   In de pers kon u wellicht al lezen dat…

The post Ondernemers met meerdere vennootschapen betalen het gelag! Ze betalen tot 39,58% vennootschapsbelasting. appeared first on Aaltersbedrijvencentrum - NL.

]]>
De teksten van het zogenaamde Zomerakkoord van onze regering Michel zijn nog niet definitief, maar toch acht ik de tijd al rijp om u persoonlijk te informeren omtrent enkele in het oog springende vaststellingen die we gedaan hebben, en die concreet voor u gevolgen hebben.

 

In de pers kon u wellicht al lezen dat KMO’s vanaf aanslagjaar 2019 ( lees boekjaren die ten vroegste afsluiten op 31.12.2018 ) zullen kunnen genieten van een verlaagd tarief van vennootschapsbelasting van 20% op zijn belastbare winst. Vooreerst dient met nog eens 2% crisisbijdrage daaraan toegevoegd te worden, waardoor het effectieve tarief voor de komende twee jaar 20,40% wordt.

 

Maar veel erger is dat om te genieten van het verlaagde tarief van 20,40 % één fysieke zaakvoerder/bestuurder/werkend vennoot minstens een wedde moet hebben die gelijk is aan de belastbare winst van de vennootschap. Eens één zaakvoerder/bestuurder/werkend vennoot een wedde heeft van 45.000 euro, mag de winst hoger oplopen en blijft men voldoen aan één van de voorwaarden om te genieten van het verlaagd tarief van 20,40 % op de eerste 100.000 euro. Een andere bekende voorwaarde is dat de aandelen van een vennootschap voor minstens 50% in handen moeten zijn van fysieke personen.

 

Wie niet voldoet aan de verschillende voorwaarden om te genieten van het verlaagd tarief inzake vennootschapsbelasting, denkt wellicht dan meteen dat hij 29,58% vennootschapsbelasting zal moeten betalen de komende twee boekjaren.

 

Tot mijn grote spijt moet ik u echter melden dat volgens de huidige teksten u fout redeneert. Indien er een belastbare winst is in de vennootschap, en er is ofwel geen wedde voor één fysieke zaakvoerder/bestuurder/werkend vennoot ofwel is die wedde lager dan 45.000 euro, doch ook lager dan de belastbare winst dan moet op het verschil nog 10% extra betaald worden.

 

Enkele voorbeelden om te verduidelijken:

 

  • Winst vennootschap  40.000 euro                      Wedde          15.000 euro
    1. 29,58% normale vennootschapsbelasting op 40.000 euro
    2. 10% ‘extra’ belasting op verschil tussen 40.000 euro en 15.000 euro, of 2.500 euro ‘extra’ belastingen

 

  • Winst vennootschap 100.000 euro                     Wedde          nul euro
    1. 29,58% normale vennootschapsbelasting op 100.000 euro
    2. 10% ‘extra’ belasting op 45.000 euro of 4.500 euro extra belastingen.

 

Tal van groepsvennootschappen zullen dus vanaf aanslagjaar 2019  geconfronteerd worden met volgende tariefstructuur :

 

  • Op eerste 45.000 euro 29,58% + 10% = 39,58%
  • Op winst boven de 45.000 euro 29,58%

 

Opgepast, bovenstaande is van toepassing voor reeds langer bestaande vennootschapsstructuren. Voor jonge vennootschappen zijn onze ministers uitzonderingen aan het creëren.

 

Iedereen met meerdere vennootschappen zal gans zijn structuur dus eens tegen het licht moeten houden.

The post Ondernemers met meerdere vennootschapen betalen het gelag! Ze betalen tot 39,58% vennootschapsbelasting. appeared first on Aaltersbedrijvencentrum - NL.

]]>
Zorg voor correcte gegevens in KBO! http://aaltersbedrijvencentrum.be/nl/zorg-correcte-gegevens-kbo/ Fri, 08 Sep 2017 08:08:56 +0000 http://aaltersbedrijvencentrum.be/nl/?p=1488 De Kruispuntbank van ondernemingen (KBO) is een databank van de overheid waarin alle basisgegevens van ondernemingen zijn verzameld. Zo kan iedereen die dat wenst basisinformatie opzoeken over ondernemingen via de publieke website van de FOD Economie (link). Zo kan u via deze link te weten komen wie zaakvoerder of bestuurder is in bepaalde vennootschappen. Ook…

The post Zorg voor correcte gegevens in KBO! appeared first on Aaltersbedrijvencentrum - NL.

]]>
De Kruispuntbank van ondernemingen (KBO) is een databank van de overheid waarin alle basisgegevens van ondernemingen zijn verzameld. Zo kan iedereen die dat wenst basisinformatie opzoeken over ondernemingen via de publieke website van de FOD Economie (link). Zo kan u via deze link te weten komen wie zaakvoerder of bestuurder is in bepaalde vennootschappen. Ook kan u via doorverwijzingen naar de websites van het Belgisch Staatsblad of de Nationale Bank respectievelijk de gepubliceerde documenten in het Belgisch Staatsblad consulteren (bijvoorbeeld oprichtingsaktes, wijzigingen aan statuten, benoemingen,…) of de laatst gepubliceerde jaarrekeningen raadplegen.

Dat deze gegevens veelvuldig geconsulteerd worden hoeft niet te verwonderen. Er is immers veel  bruikbare informatie terug te vinden. Dagelijks worden zo’n 250.000 ondernemingen opgezocht via de KBO. Er zijn circa 1.670.000 actieve ondernemingen ingeschreven. Het is dan ook belangrijk dat de gegevens die over uw onderneming terug te vinden zijn, correct zijn. Zo maken vele overheidsdiensten gebruik van de KBO om gegevens over uw onderneming op te vragen (DIV, FOD Financiën, FAVV,…).  Ook uw klanten kunnen ze immers raadplegen waardoor bepaalde misverstanden zouden kunnen gewekt worden.

U kan zelf zorgen voor aanpassingen in de KBO. Dit kan u online doen via de tool My Enterprise  (www.myenterprise.be). Enkel u als ondernemer of zelfstandige kan u aanmelden op deze website. U heeft hiervoor een ID-kaartlezer en identiteitskaart nodig of een federaal token. Het is de bedoeling dat de tool zorgt voor een aanzienlijke daling van de administratieve lasten van ondernemingen. De gegevens moeten éénmaal aangepast worden. Vervolgens zijn alle administraties die gebruik maken van de KBO op de hoogte van de correcte gegevens.

Hoe foutieve gegevens rechtzetten?

Om de foutieve gegevens van uw onderneming te laten verbeteren, moeten ze:

  • Gaan over uw eigen onderneming;
  • Niet overeenstemmen met de werkelijke toestand, hoewel uw onderneming alle wettelijke verplichtingen heeft vervuld;
  • Ingevoerd zijn voor 1 juli 2003 (voor handelsondernemingen) of voor 30 juni 2009 (voor niet-handelsondernemingen naar privaat recht).

Als aan één van deze voorwaarden niet voldaan is, wordt uw dossier niet behandeld. Ook zal u de nodige bewijsstukken moeten kunnen aanleveren om aan te tonen dat de gegevens correct zijn.

Welke gegevens kunnen verbeterd worden?

Ondernemingen kunnen een aantal gegevens zelf op een eenvoudige manier inschrijven, aanpassen en / of stopzetten zoals:

  • Contactgegevens;
  • Bankrekeningen;
  • Volmachten van de onderneming;
  • Adres;
  • …

Een aantal wijzigingen moeten gebeuren via een andere weg dan via My Enterprise maar hier biedt de tool u de nuttige informatie om deze weg te vinden.

Er zijn dus geen excuses meer om foutieve gegevens over uw onderneming te laten bestaan.

The post Zorg voor correcte gegevens in KBO! appeared first on Aaltersbedrijvencentrum - NL.

]]>
Verplichte erkenning van aannemers bij overheidsopdrachten http://aaltersbedrijvencentrum.be/nl/verplichte-erkenning-aannemers-overheidsopdrachten/ Mon, 04 Sep 2017 07:30:30 +0000 http://aaltersbedrijvencentrum.be/nl/?p=1408 Het is geen geheim dat aannemers bij de uitvoering van hun werken vaak een beroep doen op onderaannemers. Belangrijk voor aannemers en onderaannemers om te weten is dat recentelijk de erkenning voor onderaannemers verplicht geworden is. Vanaf 30 juni 2017 moeten alle onderaannemers in het kader van overheidsopdrachten een erkenning hebben (behalve diegene die van…

The post Verplichte erkenning van aannemers bij overheidsopdrachten appeared first on Aaltersbedrijvencentrum - NL.

]]>
Het is geen geheim dat aannemers bij de uitvoering van hun werken vaak een beroep doen op onderaannemers. Belangrijk voor aannemers en onderaannemers om te weten is dat recentelijk de erkenning voor onderaannemers verplicht geworden is. Vanaf 30 juni 2017 moeten alle onderaannemers in het kader van overheidsopdrachten een erkenning hebben (behalve diegene die van de vrijstelling kunnen genieten).

Een erkenning moet je hebben voor een bepaalde categorie van werken (bv. bouwwerken, wegenbouwkundige werken, baggerwerken,…) of in een bepaalde ondercategorie (bv. timmerwerk, smeedwerk, tegelwerk,…). De complexe opdrachten waarbij werken van verschillende aard worden uitgevoerd en welke de coördinatie vereisen van verschillende technieken in de bouwnijverheid, of werken die niet het voorwerp uitmaken van een bepaalde ondercategorie worden in een categorie ondergebracht.  De  werken van een bepaalde specialiteit die een deel vormen van de in categorieën ondergebrachte werken, wanneer ze afzonderlijk worden aanbesteed worden in ondercategorieën ondergebracht (zie voor de verschillende klassen, categorieën en ondercategorieën: website ejustice)

In een tweede deel van de erkenning wordt rekening gehouden met het maximumbedrag van een opdracht voor aanneming van werken die aan een aannemer kan worden toevertrouwd.

Klasse      Bedrag


1               tot 135.000 EUR

2               tot 275.000 EUR

3               tot 500.000 EUR

4               tot 900.000 EUR

5               tot 1.180.000 EUR

6               tot 3.225.000 EUR

7               tot 5.330.000 EUR

8               meer dan 5.330.000 EUR

Vrijstelling

Niet alle aannemers moeten een erkenning hebben. De wetgeving is immers op die manier verwoord dat werken slechts mogen gegund worden aan erkende aannemers als de werken een bij koninklijk besluit bepaald bedrag overschrijden. Worden de werken gefactureerd voor een bedrag dat deze grens niet bereikt, is er dus geen erkenning nodig. Deze bedragen werden vastgesteld op 75.000 EUR exclusief BTW voor werken die in een hoofdcategorie vallen en op 50.000 EUR excl. BTW voor werken die in een ondercategorie vallen.

Welke formaliteiten moeten vervuld worden om erkend te kunnen worden?

De hiernavolgende documenten dienen voorgelegd te worden bij de aanvragen tot het verkrijgen van een erkenning:

1° a) Voor de rechtspersonen :
– de oprichtingsakte en alle statutenwijzigingen tot op het moment van de aanvraag;
– de samenstelling van de raad van bestuur;
– de lijst van de personen die de bevoegdheid hebben om de vennootschap te binden;
– voor de kapitaalvennootschappen : een bewijs van goed zedelijk gedrag van iedere bestuurder of zaakvoerder;
– voor de personenvennootschappen : een bewijs van goed zedelijk gedrag van iedere vennoot;

b) voor de eenmanszaken : een nationaliteitsbewijs;
2° de inschrijving in het handels- of beroepsregister volgens de eisen van de wetgeving van de Lid-Staat waar hij gevestigd is.

3° een uittreksel uit het strafregister of, bij ontbreken daarvan, een gelijkwaardig document, afgegeven door een bevoegde gerechtelijke of overheidsinstantie van het land van oorsprong of van herkomst van de aanvrager en waaruit blijkt er geen staat van faillissement is of WCO-procedure hangende is of dat er in het verleden geen veroordelingen zijn geweest voor misdrijven die de beroepsmoraal van de aannemer aantasten.

4° een door een bevoegde instantie van de betrokken lid-Staat verstrekt getuigschrift waaruit blijkt dat alle fiscale verplichten en sociaalrechtelijke verplichtingen zijn nagekomen.

5° het bewijs van zijn registratie als aannemer;

6° indien hij een gereglementeerd beroep uitoefent : een bewijs afgeleverd door de bevoegde overheid, dat hij gemachtigd is dit beroep uit te oefenen;

7° het bewijs van voldoende financiële en economische draagkracht;

8° het bewijs van voldoende technische bekwaamheid .

Om een erkenning te verkrijgen in de laagste klasse zijn enkel de documenten nodig in 1°, 2°, 3°,5° en 6°.

(zie KB 27 september 1991: MB betreffende de bij de aanvragen voor een erkenning, een voorlopige erkenning,… voor te leggen documenten, website ejustice)

Bij wie moet de erkenningsaanvraag worden ingediend?

De formulieren die noodzakelijk zijn om een erkenningsaanvraag in te dienen en alle bijbehorende inlichtingen kunnen worden verkregen bij het secretariaat van de Erkenningscommissie:

FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie

Algemene directie Kwaliteit en Veiligheid, Dienst Kwaliteit van de bouw

Erkenning der aannemers

Koning Albert II-laan 16

1000 Brussel

Zie ook: www.economie.fgov.be/bouw

Geldigheidsduur van de erkenning?

Elke erkenning is geldig voor een periode van vijf jaar. Iedere vijf jaar gebeurt er een individuele herziening van de erkenning (zie artikel 18 §3 wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken).

The post Verplichte erkenning van aannemers bij overheidsopdrachten appeared first on Aaltersbedrijvencentrum - NL.

]]>
‘Salary Split’ : wanneer is een werknemer in het buitenland belastbaar? http://aaltersbedrijvencentrum.be/nl/salary-split-wanneer-is-werknemer-buitenland-belastbaar/ Tue, 29 Aug 2017 07:02:29 +0000 http://aaltersbedrijvencentrum.be/nl/?p=1369 Werknemers die voor hun beroepsactiviteiten vaak in het buitenland werken komen veelal in aanmerking om het gedeelte van hun inkomsten dat betrekking heeft op de buitenlandse activiteit, in de werkstaat te laten belasten met vrijstelling van belasting in België. Dit wordt ook wel ‘salary split’ genoemd. Hieronder bespreken we kort de voorwaarden om loon in…

The post ‘Salary Split’ : wanneer is een werknemer in het buitenland belastbaar? appeared first on Aaltersbedrijvencentrum - NL.

]]>
Werknemers die voor hun beroepsactiviteiten vaak in het buitenland werken komen veelal in aanmerking om het gedeelte van hun inkomsten dat betrekking heeft op de buitenlandse activiteit, in de werkstaat te laten belasten met vrijstelling van belasting in België. Dit wordt ook wel ‘salary split’ genoemd. Hieronder bespreken we kort de voorwaarden om loon in het buitenland te belasten.

Het in voege zijn van een dubbelbelastingverdrag

De eerste voorwaarde om loon dat in het buitenland werd belast vrij te stellen van Belgische belastingen is dat er een dubbelbelastingverdrag met dat land werd gesloten. Is dit het geval, dan is het principe dat het loon belast wordt in de werkstaat en dat de woonstaat maatregelen treft om dit gedeelte vrij te stellen. In België gebeurt dit laatste door ‘progressievoorbehoud’. Dit is een techniek waardoor het buitenlandse inkomen niet onderworpen wordt aan de Belgische belasting maar dat de inkomsten wel meetellen voor de belastbare grondslag te berekenen. Op die manier duwt ze de overige Belgische inkomsten in hogere schijven. Stel dat het buitenlandse inkomen volledig zou zijn vrijgesteld zonder dat er sprake is van progressievoorbehoud, dan zouden de Belgische inkomsten belastbaar zijn vanaf de laagste tarieven en dus met een lagere eindfactuur als gevolg. Dit principe vinden we in artikel 15, §1 van het OESO-modelverdrag terug. Dit is het verdrag dat in de meeste gevallen als model wordt gebruikt om dubbele belasting tussen verdragsluitende staten te vermijden.

Van het principe dat de werkstaat heffingsbevoegd is, wordt evenwel afgeweken als er cumulatief voldaan is aan drie voorwaarden van de 183-dagenregel (zie artikel 15, §2 OESO-modelverdrag):

  1. Het verblijf in de werkstaat duurt 183 dagen of minder over een periode van twaalf opeenvolgende maanden (in sommige verdragen is niet het verblijf van belang maar wel de activiteit (bv. DBV met Duitsland);
  2. De werkgever is geen inwoner van het land waar de activiteit wordt uitgeoefend;
  3. De loonlast wordt niet gedragen door een vaste inrichting die gelegen is in de werkstaat

Is één van deze voorwaarden niet vervuld, dan blijft het principe van toepassing en is de bezoldiging belastbaar in de werkstaat.

Verblijf van minder dan 183

Zo is er geen twijfel mogelijk als het verblijf van een werknemer in de werkstaat langer dan 183 dagen duurt, dan is de werkstaat bevoegd om belastingen te heffen. Anders gezegd, een verblijf van minder dan 183 dagen leidt niet automatisch tot belastingheffing als één van de twee andere voorwaarden niet vervuld zijn.

Hoe berekent men nu de periode van 183 dagen?

Men houdt rekening met de fysieke aanwezigheid van de werknemer in de werkstaat. De belastingadministratie kan hier bewijzen van vragen. Alle feitelijke bewijzen moeten dus worden bijgehouden (treintickets, payagetickets, restauranttickets, hotelafrekeningen, huurovereenkomst, afrekeningen van tankkaart, bankuittreksels…).

De werkgever is geen inwoner van het land waar de activiteit wordt uitgeoefend

Aan de tweede voorwaarde is voldaan wanneer de werkgever die de bezoldigingen betaalt, geen inwoner is van de werkstaat. Bijvoorbeeld wanneer een Belg in Frankrijk gaat werken maar hij blijft op de payroll van een in België gevestigd bedrijf.

Met andere woorden, wanneer de werkgever inwoner is van de werkstaat, zijn de bezoldigingen die uit hoofde van die activiteit aan een inwoner van een andere staat betaalt, of die voor zijn rekening worden betaald, belastbaar in de werkstaat (zelfs indien bijvoorbeeld het een verblijf betreft van minder dan 183-dagen).

Om te bepalen wie als werkgever wordt gezien wordt in de Belgische rechtspraak doorgaans de band van ondergeschiktheid die een werknemer heeft met zijn werkgever in aanmerking genomen. Daarenboven moet ook nog aangetoond worden dat die werkgever de economische last van de bezoldigingen draagt. Dit wil niet noodzakelijk zeggen dat de werknemer op de payroll moet staan van het bedrijf. Het kan ook zijn dat de werkgever de kost van de werknemer betaalt aan een derde die een formele overeenkomst met de werknemer heeft (bv. door middel van detachering).

De loonlast wordt niet gedragen door een vaste inrichting of door een vaste basis

De last van de bezoldiging mag niet gedragen worden door een vaste inrichting waarover de werkgever beschikt in de werkstaat. In het tegenovergestelde geval is de bezoldiging belastbaar in de werkstaat. Om het begrip vaste inrichting te achterhalen moet gekeken worden naar het desbetreffende DBV tussen de werkstaat en de woonstaat van de werknemer. Te denken valt in sommige gevallen bijvoorbeeld aan bouwwerven, fabrieken, kantoren,….

Het gebruik van de woorden ‘niet gedragen door’  is niet toevallig. Het houdt in dat de bezoldigingen niet in mindering worden gebracht van de winst van de vaste inrichting. Ook de bezoldigingen die  deel uitmaken van de algemene uitgaven van de hoofdzetel, wanneer er een evenredig deel van die uitgaven worden toegerekend aan de vaste inrichting van de werkstaat, worden ‘gedragen door’ de vaste inrichting. De bezoldigingen zullen ten slotte ook worden beschouwd als zijnde gedragen door de vaste inrichting wanneer ze werden betaald voor de doeleinden die door de vaste inrichting worden nagestreefd. Een complexe uitleg die er eigenlijk gewoon op neerkomt dat wanneer de werkgever in de werkstaat beschikt over een vaste inrichting en de werknemer ten behoeve van deze vaste inrichting werkt, aan deze voorwaarde niet voldaan is waardoor de werkstaat mag belasten.

Conclusie

De hierboven beschreven regels kunnen subtiele verschillen hebben van DBV tot DBV. Daarom is het aan te raden om steeds de van toepassing zijnde regels nauwgezet te consulteren. Zit u met een werknemer die u detacheert of tewerkstelt op een werf in het buitenland, aarzel dan niet om te informeren bij ons.

The post ‘Salary Split’ : wanneer is een werknemer in het buitenland belastbaar? appeared first on Aaltersbedrijvencentrum - NL.

]]>
Wat als uw bedrijf zich in woelig vaarwater begeeft? http://aaltersbedrijvencentrum.be/nl/wco/ Wed, 23 Aug 2017 12:56:00 +0000 http://aaltersbedrijvencentrum.be/nl/?p=1355 Een bedrijf dat moeilijkheden ondervindt met het betalen van haar schuldeisers doet er vaak goed aan om eerder vroeg dan laat zich te bezinnen over mogelijke herstelmaatregelen. Vaak zijn er in een vroege fase van betalingsmoeilijkheden nog toekomstmogelijkheden. Ook is er nog waarde in de onderneming aanwezig (bv. klantenbestand, relaties met leveranciers,…). De wetgever heeft…

The post Wat als uw bedrijf zich in woelig vaarwater begeeft? appeared first on Aaltersbedrijvencentrum - NL.

]]>
Een bedrijf dat moeilijkheden ondervindt met het betalen van haar schuldeisers doet er vaak goed aan om eerder vroeg dan laat zich te bezinnen over mogelijke herstelmaatregelen. Vaak zijn er in een vroege fase van betalingsmoeilijkheden nog toekomstmogelijkheden. Ook is er nog waarde in de onderneming aanwezig (bv. klantenbestand, relaties met leveranciers,…). De wetgever heeft voorzien in een procedure waardoor dergelijke bedrijven tijdelijk bescherming kunnen krijgen tegen hun schuldeisers. Deze wetgeving staat bekend onder de naam ‘wet op de continuïteit van de ondernemingen’ ook wel eenvoudigweg WCO-wet genoemd. Hieronder proberen we duidelijk te maken wat de krachtlijnen zijn van deze wetgeving, zodat de lezer een duidelijk beeld krijgt over de mogelijkheden die deze wetgeving biedt.

Op wie is de wetgeving van toepassing?

De WCO-wet is van toepassing op handelaars, landbouwers en burgerlijke vennootschappen met handelsvorm . Vrije beroepen zijn aldus uitgesloten alsook ondernemingen die werkzaam zijn in specifieke sectoren (vnl.  in de bank- en verzekeringssector).

Welke mogelijkheden biedt de WCO-wet?

In principe zijn er twee hoofdpistes die de WCO-wet biedt om bescherming van schuldeisers te bekomen waarbij de tweede piste nog eens onderverdeeld is in drie mogelijkheden.

Het (buitengerechtelijk) minnelijk akkoord enerzijds en de gerechtelijke reorganisatie anderzijds. De gerechtelijke reorganisatie kan de vorm aannemen van een (gerechtelijk) minnelijk akkoord met bepaalde schuldeisers, een collectief akkoord met alle schuldeisers of een overdracht van het geheel of een gedeelte van de onderneming.

  • Het buitengerechtelijk minnelijk akkoord

De eerste piste van het buitengerechtelijke minnelijke akkoord kan een mogelijke bescherming bieden voor de schuldenaar als de betalingsmoeilijkheden zich nog in een vroeg stadium bevinden en er snel op de bal wordt gespeeld. Het is ook een elegante manier om de bepaalde gevolgen van een gerechtelijke reorganisatie niet te moeten ondergaan zoals publicatie van het vonnis dat het gerechtelijk akkoord toestaat in het Belgisch Staatsblad.

Het buitengerechtelijk minnelijk akkoord komt erop neer dat de schuldenaar met minstens twee schuldeisers een akkoord bekomt omtrent de betaling van schulden. In dit akkoord kunnen betalingsmodaliteiten overeengekomen worden zoals een afbetalingsplan, kwijtschelding van gehele of gedeeltelijke schulden, bijkomende zekerheden in ruil voor afbetalingsplan,… De partijen zijn in principe vrij om overeen te komen wat ze willen zolang ze maar binnen de lijnen van de wet blijven.

Partijen kunnen ervoor kiezen om het akkoord neer te leggen op de griffie van de rechtbank van koophandel. Dit biedt het voordeel voor de schuldeisers dat de betalingen die in het kader van het buitengerechtelijk minnelijk akkoord werden gedaan, niet meer in vraag worden gesteld wegens betaald na het tijdstip van staking van betaling. Hiervoor moet het akkoord wel vermelden dat het gesloten is met het oog op de gezondmaking van de financiële toestand of de reorganisatie van de onderneming.

  • De gerechtelijke reorganisatie

De WCO-wet bepaalt dat een procedure van gerechtelijk reorganisatie wordt geopend zodra de continuïteit van de onderneming onmiddellijk of op termijn, bedreigd is en het verzoekschrift tot gerechtelijke reorganisatie is neergelegd. De wet wou voorzien in een zo laag mogelijke drempel om aan ondernemingen bescherming tegen schuldeisers te kunnen bieden. Het onmiddellijke gevolg van de neerlegging van het verzoekschrift is de opschorting van betaling van schulden. Er kan geen enkele tegeldemaking van de roerende of onroerende goederen plaatsvinden, noch kan de schuldenaar gedurende de periode van opschorting failliet worden verklaard. Zoals hierboven vermeld kan de gerechtelijk reorganisatie in drie verschillende vormen voorkomen:

  1. Gerechtelijk minnelijk akkoord;
  2. Collectief akkoord
  3. Overdracht van een gedeelte of het geheel van de onderneming onder gerechtelijk gezag

Het doel van deze procedure is het behouden van de continuïteit van het geheel of gedeelte van een activiteit van de onderneming in moeilijkheden of van haar activiteiten onder gerechtelijk toezicht.

  1. Gerechtelijk minnelijk akkoord

Het verzoekschrift tot gerechtelijke reorganisatie kan tot doel hebben om het akkoord te bekomen met alle of met enkele (minstens twee) schuldeisers. Indien een akkoord wordt bereikt stelt de rechtbank dit vast en wordt de procedure gesloten. De partijen bij het akkoord blijven ertoe gebonden tot zolang er geen einde aan gesteld is op een wijze zoals voorzien in het gemene verbintenissenrecht.

  1. Collectief akkoord

Als de gerechtelijke reorganisatie tot doel heeft het akkoord van de schuldeisers te verkrijgen over een reorganisatieplan spreekt men over de gerechtelijke reorganisatie door collectief akkoord.

Tijdens de opschorting werkt de schuldenaar een plan uit. Indien er een gerechtsmandataris is aangesteld door de rechtbank staat deze de schuldenaar bij om het plan op te maken. Dit plan bestaat uit twee delen. In het beschrijvend gedeelte wordt de situatie van de onderneming beschreven samen met de moeilijkheden en de voorgenomen oplossingen om de situatie om te keren. In het bepalend gedeelte worden de maatregelen beschreven om de schuldeisers die in de lijst uit het oorspronkelijke verzoekschrift staan, te betalen.

Het plan wordt geacht goedgekeurd te zijn als de meerderheid van de schuldeisers die met hun schuldvordering minstens de helft van alle in hoofdsom verschuldigde bedragen vertegenwoordigen, voor stemmen. Een goedgekeurd akkoord wordt dan ter homologatie aan de rechtbank voorgelegd. Enkel wanneer de wet werd geschonden of bepaalde vormvereisten niet werden nageleefd kan de rechtbank de homologatie weigeren.

  1. Overdracht onder gerechtelijk gezag

In tegenstelling tot de twee vorige vormen van gerechtelijke reorganisatie, kan het initiatief voor de overdracht onder gerechtelijk gezag ook uitgaan van de Procureur des Konings, van een schuldeiser of van eenieder die belang geeft om het geheel of een gedeelte van de onderneming te verwerven. Uiteraard kan niet iedereen zomaar deze procedure opstarten. Het is vereist dat er een wettelijk belang is om deze procedure op te starten en dat de schuldenaar zich in een specifieke toestand bevind (bijvoorbeeld in staat van faillissement en geen procedure van gerechtelijke reorganisatie aangevraagd).

Het vonnis dat de overdracht beveelt, wijst een gerechtsmandataris aan die wordt gelast met het organiseren en realiseren van de overdracht in naam en voor rekening van de schuldenaar.

De natuurlijke persoon van wie de onderneming onder gerechtelijk gezag werd overgedragen kan door de rechtbank volledig worden ontlast van de schulden die bestaan op het ogenblik van het vonnis dat de overdracht beveelt onder de voorwaarde dat deze persoon ongelukkig en te goeder trouw is. Belangrijk hierbij is dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen schulden uit handelsactiviteiten en schulden uit privéactiviteiten. Het verschil met het faillissement is dat in dit geval, enkel de goederen die noodzakelijk zijn voor de activiteiten van de onderneming overgedragen zijn en niet de privégoederen van de schuldenaar. Dit verzoek maakt het voorwerp uit van een apart verzoekschrift op tegenspraak. Indien de schuldenaar bevrijd wordt, kan hij niet meer worden vervolgd door zijn schuldeisers.

De mogelijkheden die de wetgever biedt zijn goede hulpmiddelen om tot een doorstart te komen. Belangrijk hierbij is goed advies over wat u in een dergelijk akkoord kan voorzien. Ook moet u uw schuldeisers zien te overtuigen van het belang dat zij hebben om in uw verhaal mee te gaan. Beter is natuurlijk om het zover niet te laten komen en om te anticiperen op moeilijkheden. Hieronder laten we Edwin Vandermeulen aan het woord, managementadviseur met een lange staat van dienst in diverse ondernemingen en huidig zaakvoerder van edwinvandermeulen.com. Hij geeft advies over hoe u best stil staat

Zit niet stil

U bent ondernemer en u hebt het soms lastig. U bent niet alleen. Het lijkt wel alsof de wereld steeds sneller draait, en de ene moeilijkheid de andere in steeds hoger tempo opvolgt. Ook wanneer het goed gaat is het steeds lastiger. De concurrentie beent u bij, niche spelers en onbegrijpelijk goedkope aanbieders schieten als paddestoelen uit de grond. U hoort vertellen dat “er is veel geld op de markt is” maar het is lastig daaraan te komen. De klant wordt steeds veeleisender, de marges steeds kleiner, de geschikte medewerker steeds moeilijker te vinden en de files steeds langer.

Soms komen ondernemingen daadwerkelijk in de problemen. Dat is lastig, want meestal heeft de ondernemer die het moeilijk krijgt geen kaas gegeten van dergelijke situaties. Al te veel wordt er te lang aangemodderd. Al te weinig wordt er op tijd ingegrepen. Zelden wordt er advies gevraagd. Misschien speelt schaamte een rol? Of misschien is men bang dat het toegeven van problemen zal leiden tot nog meer problemen?

Eén ding is zeker: problemen gaan niet vanzelf weg. Blijf er niet mee zitten, vraag hulp.

Er bestaan vele hulpmiddelen om ondernemingen die het lastig hebben te helpen. De Wet op de Continuïteit Ondernemingen (WCO), bij veel mensen nog steeds gekend als het “Gerechtelijk Akkoord”. Overheidsinitiatieven om het kapitaal van ondernemingen te versterken. Het feit dat de wetgever steeds meer voorziet dat adviseurs ondernemingen moeten waarschuwen, etc. En er bestaan mensen met ervaring in het oplossen van dergelijke problemen.

Het is natuurlijk nóg beter om niet in de moeilijkheden te raken.

Of u nu in de problmen zit of niet, het kan verstandig zijn om nu en dan eens te vluchten uit de dagelijkse hectiek en stil te staan bij een aantal zaken. Stel uzelf eens de volgende vragen:

  • Weet ik precies waar ik naartoe wil met mijn onderneming? Heb ik daar een duidelijk beeld van? Dat moet meer zijn dan een “idee”of een “gevoel”. Dat moet een concreet plan zijn, met te behalen objectieven binnen een bepaalde tijd, ondersteund door een financieel plaatje wat geen wishfull thinking is. Wie niet precies weet waar hij of zij naartoe werkt kan voor verassingen komen te staan. Dat is leuk op reis, maar niet met uw zaak.
  • Brengt mijn onderneming eigenlijk geld op? Al te dikwijls denken we dat het goed zit wanneer we een jaar winst hebben. Het is nuttig eens na te gaan of een onderneming bijvoorbeeld over de laatste vijf jaar opgeteld méér geld heeft opgebracht dan gekost. Tel daartoe alle cash op die de onderneming heeft gegenereerd over die periode (dividenden, het meer-dan-markconforme gedeelte van verloningen van aandeelhouders) en trek daarvan af alle cash die in de onderneming is gestopt de laatse vijf jaar (kapitaal, bancaire faciliteiten, investeringen, etc.). Geen positief saldo? Dan is het misschien tijd om uw business model in vraag te stellen.
  • Weet u vrij precies over hoeveel cash uw onderneming zal beschikken in elke gegeven maand van het lopende jaar? Of gaat u er van uit dat zo lang er “cash flow” is dat het wel goed zit? U weet ongetwijfeld dat er meer ondernemingen in de problemen komen omdat er plots te weinig cash is dan omdat er te weinig winst is.
  • Hebt u soms het gevoel dat er wel degelijk “verbeteringsacties” worden opgestart binnen uw onderneming, maar dat deze aan het eind van de rit geen geld schijnen te realiseren? Of dat die pogingen blijkbaar steeds verzanden?

Zo vallen er veel vragen te bedenken. Maar u begrijpt waar we naartoe willen.

Mocht u aan het voorgaande een licht ongemakkelijk gevoel hebben overgehouden, u bent niet alleen. Tijd voor actie. Zit niet stil. Laat de sfeer binnen uw zaak niet verstarren. Denk na over een visie. Maak een plan. Leg uzelf deadlines op. Maak werk van een gedetailleerde financiële vooruitzichten. Hou de kosten voortdurend in toom. Bouw de tools om dat alles te monitoren. Stel alles eens opnieuw in vraag. Herdenk alles eens “top down”. Hoe zou u het doen mocht u “from scratch” kunnen herbeginnen? Probeer uw zaak zoveel mogelijk naar die visie te hermodelleren.  Vergeet niet dat een goed idee niet veel voorstelt zonder adequate uitvoering. Succesvolle ondernemingen zijn niet die ondernemingen die enkel de juiste dingen doen, maar deze die dat ook goed doen.

Vraag nu en dan de mening van buitenstaanders. Een frisse kijk helpt, en het kan geen kwaad de voortgang van uw zaak regelmatig aan het oordeel van anderen te onderwerpen. Indien het vooruitzicht van externe bestuurders u niet meteen vrolijk maakt, het kan ook anders. U kan een Raad van Advies samenstellen. Vraag hulp aan uw adviseurs. En steek vooral uw kop niet in het zand.

______________________________________________________________________

Edwin Vandermeulen

Experienced High Level Management & Troubleshooting

evm@edwinvandermeulen.com  +32 475 23 43 78  www.edwinvandermeulen.com

LinkedIn https://www.linkedin/in/edwinvandermeulen

The post Wat als uw bedrijf zich in woelig vaarwater begeeft? appeared first on Aaltersbedrijvencentrum - NL.

]]>
Studentenarbeid: enkele praktische zaken http://aaltersbedrijvencentrum.be/nl/studentenarbeidenkelepraktischezaken/ Wed, 09 Aug 2017 08:31:16 +0000 http://aaltersbedrijvencentrum.be/nl/?p=1350 Nu we volop in vakantieperiode zijn, bestaat de kans dat u kinderen heeft die een vakantiejob uitoefenen of dat u in uw eigen onderneming werkt met studenten. Weet u hoeveel uw kind mag verdienen om nog als ‘ten laste’ te worden beschouwd? Moet uw kind een fiscale aangifte indienen? Kent u voldoende de regelgeving? We…

The post Studentenarbeid: enkele praktische zaken appeared first on Aaltersbedrijvencentrum - NL.

]]>
Nu we volop in vakantieperiode zijn, bestaat de kans dat u kinderen heeft die een vakantiejob uitoefenen of dat u in uw eigen onderneming werkt met studenten. Weet u hoeveel uw kind mag verdienen om nog als ‘ten laste’ te worden beschouwd? Moet uw kind een fiscale aangifte indienen? Kent u voldoende de regelgeving? We doen hieronder een poging om op een beknopte wijze u de belangrijkste regels met betrekking tot studentenarbeid uit te leggen.

 

Vanaf welke leeftijd mag iemand werken als jobstudent?

De Arbeidswet verbiedt kinderarbeid. Minderjarigen beneden de 15 jaar of die nog onderworpen zijn aan de voltijdse leerplicht worden als ‘kinderen’ beschouwd. Beneden deze leeftijd is het aldus onmogelijk om een studentenovereenkomst aan te gaan (behoudens specifieke uitzonderingen die bepaald worden in de arbeidswet en die aan strenge voorwaarden onderworpen zijn).

De leerplicht is een periode van 12 jaren, die begint in het schooljaar waarin het kind 6 jaar wordt en eindigt op 30 juni van het kalenderjaar waarin de jongere de leeftijd van 18 jaar bereikt. Deze periode is opgedeeld in een periode van voltijdse leerplicht en een periode van deeltijdse leerplicht. De periode van voltijdse leerplicht eindigt op het moment dat de eerste twee jaar van het secundair onderwijs met succes beëindigd zijn en eindigt in ieder geval vanaf de leeftijd van 16 jaar.

Samengevat zijn er twee antwoorden mogelijk op de vraag vanaf welke leeftijd u een student in dienst mag nemen:

  • 15 jaar op voorwaarde dat de eerste twee jaar secundair onderwijs met succes zijn doorlopen;
  • In elk geval vanaf 16 jaar.

 

De studentenovereenkomst

Zoals elke overeenkomst moet de overeenkomst worden opgesteld in zoveel exemplaren als er partijen zijn, in dit geval één exemplaar voor de werkgever en één exemplaar voor de werknemer-jobstudent. De overeenkomst is verplicht schriftelijk (artikel 123 arbeidsovereenkomstenwet). De studentenovereenkomst moet sowieso een bepaalde duur vermelden. Indien er geen bepaalde duur is vermeld in de overeenkomst kan de student te allen tijde opzeggen zonder opzegging of vergoeding. Voor de werkgever daarentegen zijn dezelfde voorwaarden van toepassing als bij een normale arbeidsovereenkomst.

Er is een lijst van verplichte vermeldingen die zeker in de arbeidsovereenkomst moeten opgenomen worden (onder andere de arbeidsduur, overeengekomen loon, tijdstip van uitbetaling,… zie artikel 124 van de arbeidsovereenkomstenwet. Klik hier

Een afschrift van de overeenkomst moet binnen de zeven dagen naar het Toezicht op de Sociale Wetten worden verzonden. De gegevens moeten ook onmiddellijk overgemaakt worden aan de RSZ in het kader van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling (DIMONA ofwel Déclaration IMmédiate / Onmiddellijke Aangifte).

De eerste drie arbeidsdagen worden als proeftijd beschouwd. Het contract kan gedurende die termijn worden beëindigd zonder opzegging of vergoeding door beide partijen.

 

RSZ-reglementering

In de regel is de normale RSZ-reglementering van toepassing op studenten. Er wordt echter een aangepast regime toepasselijk voor de eerste 475 uren per kalenderjaar waarin de student prestaties verricht voor een werkgever (enkel gedurende de periodes van niet-verplichte aanwezigheid in de onderwijsinstellingen; zie artikel 17bis van het RSZ-besluit). Vanaf het 476e uur dat men werkt is zowel de student als de werkgever onderworpen aan de normale RSZ-bijdragen.

Belangrijk hierbij is dat er in één kwartaal niet meer mag gewerkt worden dan 240 uren, behalve in derde kwartaal  (zomervakantie) waarin onbeperkt verdiend mag worden (behalve voor afgestudeerden waar een aparte regeling geldt). Indien je deze grenzen overschrijdt, dan krijg je geen kinderbijslag in het kwartaal waarin er te veel gewerkt is.

Het handige aan de uitdrukking in uren van de arbeidstijd waarin de verlaagde bijdragen van toepassing is, is dat men veel vrijer kan kiezen wanneer men een student inzet. De student ondervindt immers geen nadeel als er maar vier uur hulp nodig is. Vroeger was er dan één dag verloren terwijl men slechts vier uur gewerkt had. Nu wordt er gewoonweg vier uur in mindering gebracht van het contingent van 475 uur.

Er geldt één uniforme solidariteitsbijdrage van 8,13% voor de prestaties die de student verricht gedurende de eerste 475 uur. Een gedeelte van 5,42% daarvan is voor de werkgever, het resterende gedeelte van 2,71% ligt ten laste van de student (zie KB van 23 december 1996 houdende maatregelen met het oog op de invoering van een solidariteitsbijdrage op de tewerkstelling van studenten die niet onderworpen zijn aan het stelsel van sociale zekerheid van de werknemers). Om van deze solidariteitsbijdrage te kunnen genieten moet er wel een onmiddellijke DIMONA-aangifte gebeuren. Laattijdige aangiften kunnen het recht op de solidariteitsbijdrage teniet doen.

De overheid heeft voorzien in een handige tool waar je attesten kan downloaden om te bewijzen aan je werkgever hoeveel uren je reeds van de 475 uur heb opgebruikt. Hiervoor ga je naar www.studentatwork.be. Aanmelden doe je met je elektronische identiteitskaart en kaartlezer of met een federaal token.

 

Moet ik als student belastingen betalen?

Als jobstudent bent u onderworpen aan de normale fiscale regelgeving maar in de meeste gevallen zal dit niet tot een effectieve belasting van het inkomen leiden. Door de belastingvrije som en de toepassing van forfaitaire beroepskosten blijft een inkomen van maximaal 10.345,84 EUR onbelast (brutobedrag voor inkomstenjaar 2017 na afhouding van sociale bijdragen).

Weet ook dat er verplicht een fiscale aangifte ingediend moet worden, zelfs al bent u geen belastingen verschuldigd.

Let er ook op dat het feit dat uw kind een inkomen verdient, kan betekenen dat hij/zij niet meer als ‘ten laste’ gaat beschouwd worden op fiscaal vlak. ‘Ten laste’ zijn betekent dat je financieel afhankelijk bent van je ouders. De bedragen die je maximaal mag verdienen zijn de volgende (inkomstenjaar 2017):

Jouw gezinssituatie Maximaal brutobedrag
Ouders worden samen belast 6.660 EUR
Ouders worden alleen belast 8.435 EUR

 

Als deze bedragen overschreden worden verliest u als ouder de verhoging op de belastingvrije som:

1 kind ten laste 1.550 EUR
2 kinderen ten laste 3.980 EUR
3 kinderen ten laste 8.920 EUR
4 kinderen ten laste 14.420 EUR
Meer dan 4 kinderen ten laste + toeslag per kind boven het vierde 14.420 EUR + 5.510 EUR

 

Alleenstaanden met kinderlast hebben recht op een bijkomende toeslag op de belastingvrije som van 1.550 EUR.

Naast de voorwaarde van de nettobestaansmiddelen die een bepaald bedrag niet mogen overschrijden, moet het kind deel uitmaken van het gezin op 1 januari van het aanslagjaar.

Let ook op dat uw kind nooit als ten laste kan worden beschouwd als hij / zij bezoldigingen geniet die voor de belastingplichtige ouder beroepskosten zijn. Stelt u dus uw kind te werk in uw éénmanszaak en trekt u die bezoldigingen af van de beroepsinkomsten, dan verliest u de toeslag op de belastingvrije som.

The post Studentenarbeid: enkele praktische zaken appeared first on Aaltersbedrijvencentrum - NL.

]]>